RISQ - De SFIR eenheden in Irak, waartoe ook het Nederlanse detachement in Al-Muthanna behoort, “zullen ongesprongen en achtergelaten munitie markeren en trachten het zo snel mogelijk op te ruimen”. Dit heeft minister Kamp toegezegd in een brief aan het ‘Burgerforum voor Democratie’. Volgens de minister is dit “de eenvoudigste en meest doeltreffende maatregel om mensen te beschermen tegen mogelijke risico’s als gevolg van het gebruik van munitie met verarmd uranium”.
Met zijn toezegging om de munitie op te ruimen wijkt de minister af van de instructie die de Nederlandse SFIR eenheid eerder kreeg om munitie met verarmd uranium zoveel mogelijk te vermijden.
Onduidelijk blijft bovendien of de minister met het uitspreken van zijn zorg omtrent verarmd uranium tevens duidt op de mogelijkheid dat er in het gebied waar de Nederlandse troepen zijn gelegerd nog uranium-houdende munitie te markeren valt - hetzij daterend uit de Golfoorlog van 1991, hetzij van recente oorsprong.
Volgens informatie die de minister eerder aan de Tweede Kamer heeft verstrekt, zouden locaties waar in de Golfoorlog uranium-houdende munitie is verschoten reeds zijn gemarkeerd, en zou er tijdens het recente conflict in Al-Muthanna geen munitie zijn ingezet die verarmd uranium bevat. Deze informatie werd echter onlangs in twijfel gebracht door een rapport van de onderzoeksgroep RISQ. Het rapport toont aan dat er tijdens operatie 'Iraqi Freedom' ook in Al-Muthanna uranium-houdende munitie is gebruikt.
Naar aanleiding van het RISQ rapport hebben de kamerleden Karimi (Groen Links) en van Velzen (SP) om opheldering gevraagd. Minister Kamp heeft hun vragen echter nog niet beantwoord. In een recente brief aan de Kamer van de ministers van Defensie, Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking over de stand van zaken in Irak, wordt de kwestie niet aan de orde gesteld.
In deze laatste brief spreken de ministers zich overigens wel uit over de noodzaak om ongesprongen en achtergelaten munitie op te ruimen. De suggestie van minister Kamp om daarvoor SFIR eenheden in te zetten wordt in de brief aan de Kamer echter niet bevestigd, laat staan welke verantwoordelijkheid en taakstelling het Nederlandse detachement heeft inzake het opruimen van uranium-houdende munitie. Bovendien blijft ongewis of een dergelijke schoonmaakoperatie door het Nederlandse detachement risicovrij kan worden uitgevoerd met inachtneming van enkel de "algemene handelwijze ten aanzien van de omgang met radioactieve stoffen" waarvan de Nederlandse militairen op de hoogte gesteld zijn tijdens hun "reguliere trainingsprogramma's".
Bijlagen:
Brief Mindef (Ministerie van Defensie) aan L.N. Bos, woordvoerder 'Burgerforum voor Democratie' (8 augustus 2003)
Kamerbrief BUZA/Mindef/DGIS 'Stand van zaken ontwikkelingen Irak en SFIR in Al Muthanna' (21 augustus 2003)
RISQ Rapport 'Tweede kamer onjuist geïnformeerd over verarmd uranium in Zuid Irak'